Posts tonen met het label Dichterlijke donderdag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dichterlijke donderdag. Alle posts tonen

woensdag 27 maart 2013

Toen Jezus wist...

Toen Jezus wist...

Toen Jezus wist nu is gekomen
het uur om door de nacht te gaan,
heeft Hij een linnen doek genomen
en water in een schaal gedaan.

Hij gaf ons zwijgende een teken
en kwam ons voet voor voet nabij,
Hij deed het water van Zich spreken,
het stort zich uit en reinigt mij.

Zo is de Heer een knecht geworden.
En tot de bodem toe gegaan
om ons met ootmoed te omgorden,
Hij doet ons Zijn geringheid aan.

Heer van mijn hart, U bent gekomen
de nacht door naar Uw grote dag,
ik heb in eenvoud aangenomen
dat ik U daarin volgen mag.

Jaap Zijlstra

Sieger Koder - 'De voetwassing'

maandag 31 december 2012

Luther's avondgebed

Avondgebed door Jean-Francois Millet

Vandaag is het al weer zo ver...
de laatste dag van het jaar 2012.

Een dag om terug te kijken, wat heeft dit jaar ons allemaal gebracht?
Er waren moeilijke dingen en teleurstellingen maar tegelijkertijd zijn we dankbaar,
dankbaar voor alle zegeningen en genade die God ons ook dit jaar weer heeft gegeven
want deze waren ontelbaar veel.

Het volgende jaar staat al weer voor de deur!
Een passend gebed op de drempel naar het nieuwe jaar vind ik het avondgebed van Luther.
Ik vind dit zelf een diep en mooi gebed en wil dit graag met jullie delen!


HEER, blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij Uw ganse kerk
aan de avond van de dag
aan de avond van het leven
aan de avond van de wereld
Blijf bij ons
met Uw genade en goedheid
met Uw troost en zegen
met Uw Woord en Sacrament
Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst
de nacht van twijfel en aanvechting
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons
in leven en in sterven
in tijd en eeuwigheid.
Amen

Ik wens jullie een goed en gezegend 2013 toe!

zaterdag 22 september 2012

Over oogsten, onkruid en zuster Bertken

De afgelopen weken waren mijn schoonouders op vakantie en hun moestuin stond volledig tot onze beschikking.
Wat heb ik er van genoten, heerlijk weer even een groentetuintje!
Al werd het ook gelijk weer goed duidelijk waarom ik gestopt was....
die rug van mij begon gelijk tegen te sputteren.

Maar pure luxe dus, oogsten zonder zelf te zaaien en onkruid te wieden.
Vorige week sprak ik daar tussen de moestuintjes een andere moestuin - dame.
Ik vroeg haar hoe het ging met haar moestuin,
of ze al veel geoogst had.

Haar antwoord gaf mij te denken:
'Ik heb het zo druk met het wieden van het onkruid
dat ik niet aan het oogsten toe kom!

Hoe herkenbaar soms in mijn eigen leven.
Zo druk zijn met alles wat mis gaat, beter kan en anders moet
dat ik vergeet de zegeningen van elke dag te 'oogsten' en te zien.




Ik moest ineens denken aan een les Nederlands waar we het gedicht van Zuster Bertken behandelden.

Ik was in mijn hoofken om kruud gegaan

Ik was in mijn hoofkijn om kruud gegaan,
Ik en vand er niet dan distel ende doorn staan.
Den distel ende den doorn die wierp ik uut,
Ik zoude gaarne planten ander kruud.
Nu heb ik een gevonden, die gaarden kan;
Hi wil die zorge gaarne nemen an.
Een boom was hoog gewassen in korten tijd,
Dien vond ik uter aarden gebrengen niet.
Dat hinder van den bome merkte hi waal,
Hi toog ‘m uter aarden altemaal.
Nu moet ik hem wezen onderdaan,
Oft hi en wil dat gaarden niet bestaan.
Mijn hoofken moet ik wiên tot alre tijd,
Nochtans en kan ik ‘s klaar gehouden niet.
Hierin zo moet ik zaaien leliënzaad,
Dit moet ik vroeg beginnen in der dageraad.
Als hi daarop laat dauwen, die minre mijn,
Zo zal dit zaaiken schier bekleven zijn.
Die leliën ziet hi gaarne, die minre mijn,
Als zi te rechte bloeien ende zuver zijn.
Als die rode rozen daaronder staan,
Zo laat hij zinen zoete dauw daarover gaan.
Als hi daarop laat schinen der zonnen schijn,
Zo verbliden alle die krachten der zielen mijn.
Jezus is zijn name, die minre mijn!
Ik wil hem eeuwelijk dienen en zijn eigen zijn.
Zijn min heeft mi gegeven zo hogen moed,
Dat ik niet meer en achte dit aardse goed



vrijdag 8 juni 2012

Veni Creator Spiritus

Ik kwam dit 'gedicht' tegen in een folder van de IZB.
Ik vind het zelf erg mooi. 
Juist voor de tijd na pinksteren waar wij nu in leven,
het zet je weer eens stil bij de werking van de Geest!

Kom Schepper, Geest, daal op ons neer,
houd Gij bij ons Uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmharigheid.

Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster, in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdesvuur dat ons doordringt.

Gij schenkt Uw gaven zevenvoud,
o hand die God ten zegen houdt,
o taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan.

Verlich ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.

Verlos ons als de vijand woedt,
geef, Heer, de vrede ons voorgoed.
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt.

Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
o Geest, van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan.

Uit de negende eeuw, vroegste overlevering c.1000.
NaarVeni Creator Spiritus


maandag 19 maart 2012

Gij badt op enen berg alleen

Naar aanleiding van mijn blog van gisteren, dit gedicht van Guido Gezelle.

Gij badt op enen berg alleen

Gij badt op enen berg alleen,
en... Jezu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden:
de wereld wil mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn ogen sla;
en arm als ik en is er geen;
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
O leer mij, arme dwaas, hoe dat ik bidden moet!

donderdag 16 februari 2012

Over moerbeitoppen

De moerbeitoppen ruischten

'De moerbeitoppen ruischten;'
 God ging voorbij;
 Neen, niet voorbij, hij toefde;
    Hij wist wat ik behoefde,
          En sprak tot mij;

    Sprak tot mij in de stille,
  De stille nacht;
    Gedachten, die mij kwelden,
    Vervolgden en onstelden,
    Verdreef hij zacht.

    Hij liet zijn vrede dalen
     Op ziel en zin;
    'k Voelde in zijn' vaderarmen
    Mij koestren en beschermen,
    En sluimerde in.

    De morgen, die mij wekte
    Begroette ik blij.
    Ik had zo zacht geslapen,
    En Gij, mijn Schild en Wapen,
   Waart nog nabij
N. Beets
 

donderdag 9 februari 2012

Wit als sneeuw

Wit als sneeuw

Gods Zoon kwam op aarde als mens tussen mensen,
Hij kwam als de zoon van een mens naar ons toe.
Tussen  hemel en aarde verbrak Hij de grenzen
doorzag van de zondaar 't 'waarom' en het 'hoe'
genas de melaatsen en wekte de doden.
Hij luisterde naar de onmachtige schreeuw
van 't arme, vernederde volk van de Joden
en waste hun zonden wit, wit als de sneeuw.

Gods Zoon werd verworpen als de mens uit de mensen
(Herodes, Pilatus en zelfs 't eigen volk)
omdat Hij niet paste in 't raam van hun wensen;
en God nam Hem op in een lichtende wolk.
Maar elke dag wil Hij het feest voor ons maken.
Gods Zoon werd een mensenkind, hulp'loos en klein,
opdat onze zonden, zo rood als scharlaken,
wit, smetteloos wit als de sneeuw zouden zijn.


Nel Benschop

donderdag 22 december 2011

Verwachten - totdat Hij komt...

Totdat Hij komt ...

Totdat Hij komt zal het hier zo gebeuren:
's morgens de melkboer tweemaal bellen, dan
gordijnen open en met grauwe kleuren
breekt 't eerste licht de nachtelijke ban.

Het heldere ontbijt iedere morgen,
dan naar de stad, de tram zingt langs de rand
heen van je dromen en je kleine zorgen,
en 's avonds staan de grote in de krant.

Zo zal het eindeloos zich hier herhalen,
liefelijkheid der huiselijke haard,
kinderen, zorgen en de angst rondom.

En eind'lijk met het vege lijf betalen
de koorts des levens en diep in de aard
wachten en luisteren, totdat Hij komt.


Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995)
uit: Levend landschap (1950)

donderdag 15 december 2011

Stille nacht...

Oei, had ik bijna hetzelfde gedicht geplaatst als op 10 maart 2011.
Zag het gelukkig net op tijd!

Een gedicht van Nel Benschop bij Exodus 3:4 en 4:12.
Begreep dat dit lied ook muzikaal bewerkt is maar kan er verder niets van vinden.
Ben wel benieuwd!

Stille nacht

Laat het stil zijn in uw nacht,
leer ons, eindelijk te zwijgen.
Leer alleen gebeden stijgen
naar de plaats waar U ons wacht.

Leer ons luist'ren in Uw nacht
naar de ongehoorde dingen
die de eng'len voor ons zingen
over U, Die vrede bracht.

Laat ons komen, deze nacht,
komen met ontschoeide voeen
om het kind van vuur te groeten,
die ons zegt: 'Ga - in Mijn kracht!'

vrijdag 9 december 2011

Maria

Een gedicht van Nel Benschop

Maria

Maria, kleine vrouw uit Nazareth,
heeft niet de eng'lenboodschap je ontzet?
Ben je niet bang voor't heimelijk gepraat?
En vrees je niet dat Jozef je verlaat,
omdat je ontrouw duidelijk voor hem blijkt?
En wet je niet dat iedereen straks naar je kijkt
als je gaat waterputten bij de bron?
Zou je niet willen vluchten, als je kon?
Die taak die God je geeft, is haast te groot,
je leven scheert nu raak'lings langs de dood.
En toch, al vraagt God jou je naam, je eer,
Hij geeft ze duizendvoudig aan je weer.
Vrees niet, Maria, veilig is je lot:
want, grote vrouw, jij vond gena bij God!

Stumpf Isais
Stumpf Isais- Sieger Koder

donderdag 24 november 2011

Advent

Advent is een tijd van verwachten.
Het verwachten van het kindje in de kribbe is soms al moeilijk genoeg als ik naar mezelf kijk.
Maar we leven toch nog in een tijd van verwachting.
God zal terugkomen op de wolken.

In dit gedicht van Nel Benschop komen beiden mooi samen.
Goed om vaak bij stil te staan!

Advent

Is dit nog een tijd van boete,
boete over de donk're zonden
waarmee we U en anderen wondden,
knielen wij nog aan Uw voeten?

Is dit nog een tijd van bidden,
bidden om het grote wonder?
Of doen wij het liever zonder
God, die plaats zoekt in ons midden?

Is dit nog een tijd van hopen,
hopen, dat gesloten grenzen
opengaan, en dat de mensen
samen naar Uw kribbe lopen?

Is dit nog een tijd van wachten,
wachten in een groot verlangen
naar de vrede, die het bange
hart vervult met nieuwe krachten?

Is dit nog een tijd van waken,
waken, uitzien naar het licht
van de dag van Uw gericht,
als Gij alles nieuw zult maken?

Poollicht

dinsdag 22 november 2011

Eeuwigheidszondag

Afgelopen zondag was het de laatste zondag van het kerkelijk jaar: de eeuwigheidszondag.
In veel kerken worden op deze zondag de overledenen herdacht.
Het is een zondag om stil te staan bij de vergankelijkheid van het leven.



In onze kerk worden de overledenen herdacht op oude jaar en niet op eeuwigheidszondag.
Wel wordt er in de preek stil gestaan bij het thema.

Naast het stil staan bij de vergankelijkheid is het ook verder kijken.. naar de eeuwigheid.
Met de kinderen stonden we stil bij 'de nieuwe hemel en de nieuwe aarde' en bij de vergankelijkheid.
Hierover later meer.

Ik vond nog een mooi gedicht van Jo Kalmijn Spierenburg.


MOEILIJK AFSCHEID.

Toen hij heel oud en zwak geworden was
werd hem nog meer nabij wat hij beminde;
de warme aarde en het koele gras,
de wolken en de witte hagewinde.

Nooit geurde langs de vloot het sappig kruid
zoo zoet en tjuikten in de kleine hoven
de merels met zoo weelderig geluid
als juist dat jaar, waarin zijn lamp zou dooven.

Hij kon de stem van regen en van wind
verstaan en werd vertrouwd met alle dingen.
Vaak zat hij in de zon gelijk een kind
met wiegend hoofd een simple wijs te zingen.

Het leven werd hem onuitspreeklijk zoet.
Wat kan een mensch van het hiernamaals weten?
Maar soms denkt hij berustend: God is goed,
Hij zal mij ginds dit alles doen vergeten.

donderdag 17 november 2011

Dagdroom

Een gedicht van Nel Benschop

Ik kijk door 't raam en zie de wolken drijven,
en ongewild gaan mijn gedachten mee
ver weg, ver weg. Ik wil hier niet meer blijven,
ik wil de bergen zien, de bossen en de zee;
'k wil dat de wind mijn haren zacht zal strelen;
en dat de zon mij als een minnaar kust;
ik wil mijn tranen met de regen delen,
'k wil dat de nacht naast mij op't kussen rust.
Ik wil alleen zijn met de stille bomen,
de bloemen storen mijn gedachten niet;
ik wil de dromen van de bergen dromen,
en zingen in een juichend vogellied.
Ik wil gelukkig langs de paden zwerven,
ik wil vergeten al mijn grauw verdriet,
en eindelijk weer de stille rust verwerven
een kind van God te zijn - en anders niet....

donderdag 10 november 2011

Esther

Een gedicht over Esther van Nel Benschop.

Esther

O Mordechai, vraag mij dat niet -
ben ik daarom tot koningin verkoren
dat ik zo vroeg mijn leven liet
omdat ik tot de Joden moet behoren?

Ik weet wel, dat ook ik zal moeten sterven
als Haman slaagt in zijn verdorven plan;
en als'k de gunst des konings zu verwerven
wie zegt dan, dat ik 't volk nog redden kan?

Maar ik zal gaan - draag mij in uw gebeden.
Ik beef van angst op deze onheilsdag...
Reik mij uw scepter, koning, dat ik heden
genade in uw ogen vinden mag. -

De koning spreekt! Hij is mij wel genegen!
O God der vaad'ren, houd het onheil tegen.

Rembrandt- Ahasverosen Haman aan het feestmaal van Esther

vrijdag 4 november 2011

Choraal

Choraal

Een merel zingt uw hoge naam ter ere,
de wolken schuiven onder u voorbij,
de vissen prijzen u in klare meren,
de aarde bidt uit stomme monden klei.

Tot uwe dienst staat het heelal gerezen,
de knie der bomen wringt zich in het stof,
gij leeft van 't hunkeren van wie u vrezen,
en wordt verwekt op vleugelen van lof.

Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt gij,
het woord dat van de aanvang wijsheid is,
een schimmenspel op wolken duisternis.

En toch zijt gij zo ademloos nabij,
dat wij, uw tred vernemend op de winden,
diep in ons bloed uw lof geschreven vinden

Door W.J van der Molen

donderdag 27 oktober 2011

Wanneer Gij komt

Een gedicht van Gery Helderenberg (1891-1979)

Wanneer Gij komt

Wanneer Gij komt, ’t kan heden zijn,
’t kan etenstijd met allen zijn,
’t beloofde land, ’t verwacht festijn,
’t kan vreugde zijn of aardse pijn.

Wanneer Gij komt, ’t kan morgen zijn,
’t kan dageraad of avond zijn,
de goede Herder kan het zijn,
de Man met balsem, brood en wijn.

Wanneer Gij komt, ’t kan middag zijn,
door ’t kruispunt loopt de dwarse lijn,
met vuur gezuiverd staan wij rein,
’t kan ’t heerlijk uur der liefde zijn.

Wanneer Gij komt, nacht kan het zijn,
’t kan donkerheid vol tranen zijn,
of, vallen wij uit ’t ijdel schrijn,
’t kan ’t laatste woord voor ’t sterven zijn.

Wanneer Gij komt, ’t kan eeuwig zijn,
Uw lichaam kan zo glanzend zijn,
’t kan Pasen in de bloesems zijn,
Gij kunt voorgoed gekomen zijn.

donderdag 20 oktober 2011

Wonderen


De Wonderen zijn de wereld nog niet uit

De wonderen zijn de wereld nog niet uit,
maar of dat waar is moet je zelf ontdekken.
Misschien wel aan de trekvogels die trekken,
of aan de klimroos, of aan het fluitekruid,
of aan het vliegtuig, sneller dan ’t geluid
aan de giraffen met hun lange nekken.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit,

Ontdek het maar en zoek op alle plekken,
de sterrenpracht, je hand, je eigen huid,
de dorre boom waaraan het twijgje ontspruit,
de zon die uit regen kleur kan wekken.
Luister, en kijk ! Ontdek wat het beduidt:
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Han G. Hoekstra

donderdag 13 oktober 2011

De herfst blaast op den horen

De Herfst blaast op den horen
en ’t wierookt in het hout ;
de vruchten gloren.
De stilten weven gobelijnen
van gouddraad over ’t woud,
met reeën, die verbaasd verschijnen
uit varens en frambozenhout,
en sierlijk weer verdwijnen …
De schoonheid droomt van boom tot boom,
doch alle schoonheid zal verdwijnen,
want alle schoonheid is slechts droom,
maar Gij zijt d’ Eeuwigheid !
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijdt
en zegen ook zijn vruchten.
Een ganzendriehoek in de luchten ;
nu komt de wintertijd.
Ik hoor U door mijn hart en door de rieten zuchten.
Ik ben bereid.

Felix Timmermans

vrijdag 7 oktober 2011

Wandelen

Wandelen met God.

Wandelen met God
vertrouwend, aan Zijn hand
luisteren naar Zijn gebod
op weg naar het beloofde land.

Van Henoch spreekt de Heer
hij wandelde met Hem
en was niet meer,
hij volgde trouw Zijn stem.

Ook Noach vond die rust
en ging daarin zijn weg
ja, elke stap daarop gelegd,
bedachtzaam en bewust.

Ren je over paden
dan struikel je keer op keer,
word je overladen
met wonden en dies meer.

Je hoeft niet hard te lopen
God vraagt dat niet van jou
maar wand'lend op Hem hopen
wees daarin steeds getrouw
Ina van der Welle

vrijdag 30 september 2011

Dichterlijke vrijdag met Bartimeus

Bartimeüs
Bij: Mar 10:46-52

Ik sleet mijn leven in het stof.
Geen keus had ik dan alle dagen
om wat liefdadigheid te vragen.
Mijn blik was leeg, mijn geest was dof.

Er drong een boodschap tot me door:
dat er een man van God zou wezen
die zelfs de blinden kon genezen.
Het klonk absurd, maar stel je voor.

En op een dag kwam Hij voorbij.
Ik zag Hem niet, ik kon niet kijken,
maar wel Hem met mijn stem bereiken.
Ik schreeuwde: ‘Jezus, denk aan mij!’

Diep in mij was het altijd nacht,
maar Jezus heeft mij aangesproken.
Nu is de morgen aangebroken.
Hij heeft mij aan het licht gebracht.

 Arie Maasland